25
nov

Archeologie lezing


Zowel de jagers en verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum (Hamburg-, Federmesser- en Ahrensburgcultuur) als de eerste boeren (Bandkeramiek-, Swifterband- en Trechterbekercultuur) hebben zich altijd in veel belangstelling en aandacht mogen verheugen van de kant van de professionele als de amateur-archeologen. Lange tijd was men ook de mening toegedaan dat er in de tussenliggende Steentijdperiode Mesolithicum sprake was geweest van een culturele terugval. Van dat idee is men intussen afgestapt en het blijkt dat er een naadloze overgang is van de Laat-Paleolithische Ahrensburgcultuur naar het Vroeg-Mesolithicum.

Deze periode is interessant voor de menselijke geschiedenis omdat door het warmer worden van het klimaat de jagers en verzamelaars te maken krijgen met uitgestrekte bossen en ander jachtwild. De Laat-Paleolithische jagers leefden op uitgestrekte grassteppen en soms regelrechte toendra’s waar onder andere rendieren de jachtbuit waren. Door opgravingen in onder andere Hardinxveld weten we intussen ook veel meer over het Mesolithicum. Ook in het buitenland – met name veengebieden in Denemarken en het noorden van Duitsland – zijn belangrijke vondsten gedaan terwijl ook de Noordzeebodem het nodige heeft opgeleverd.

Noordzee
Ongeveer 10.000 jaar geleden stond het peil van de Noordzee 65 meter lager thans dan thans het geval is. Nederland was binnenland. In 2000 jaar steeg de zeespiegel rond de 40 meter. Iedere generatie mesolithische jagers en verzamelaars moest kilometers landinwaarts trekken om aan de stijgende zeespiegel te ontkomen.

Naast vuursteen is er sprake van het gebruik van kwarts, kwartsiet en zandsteen (gebruikt om via sleuven pijlschachten te slijpen). Er zijn ook doorboorde hangertjes gemaakt van lydiet gevonden en andere kunstzinnige uitingen, waaronder een houten beeldje bij de bouw van de Volkeraksluizen. Het gebruik van oker voor versiering is onder andere naar voren gekomen uit de opgraving van provinciaal archeoloog Ad Verlinde van een zestal grafkuilen in Mariënberg. De mensen bleken in een gehurkte houding te zijn begraven samen met verschillende bijgiften. De mesolithische mens had de beschikking over kano’s en honden werden gebruikt om mee op jacht te nemen. Men leefde in hutten voorzien van slaapmatten, gemaakt van bast zoals in Duitsland is vastgesteld. En op zeker moment ging men ook gebruik maken van aardewerk als opstapje naar uiteindelijk een boerenbestaan waarbij het jagen en verzamelen geen hoofdrol maar een bijrol ging vervullen.

Al met al gaat het dus om een interessante periode in onze geschiedenis waarover Dick Schlüter ons verder op maandagavond 25 november vanaf 20.00 uur gaat informeren. Hij zal naast zijn powerpoint presentatie tevens mesolithische vondsten uit de omgeving van Ootmarsum meenemen, om iedereen de gelegenheid te geven om deze episode uit de bewoningsgeschiedenis van Twente `dicht op de huid te kruipen’.

Door: Dick Schlüter
Titel: Jagen in het Bos
Het belang van de archeologische periode Mesolithicum voor de geschiedenis van de mens (10.800 - 6.900 jaar geleden)
Aanvang: 20.00 uur

meer uit agenda
Archeologie lezing